De nieuwe Vlaamse woonbonus en uw successieplanning

Woonbonus voor tweede eigen woning

Na de recente wijzigingen aan de Vlaamse woonbonus in 2015, gaat Vlaanderen haar woonbonus opnieuw wijzigen voor leningen afgesloten vanaf 2016. Dit blijkt uit het recentelijk ingediende ontwerpdecreet.

Waar vroeger de woonbonus enkel toegekend werd voor de eigen én enige woning, vervalt de voorwaarde van enige woning vanaf 2016. Het toepassingsgebied van de woonbonus zal verruimd worden tot elke eigen woning ook al bezit de belastingplichtige meerdere onroerende goederen. Onder eigen woning wordt begrepen dat de kredietnemer de woning uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de lening wordt aangegaan en tijdens het betrokken belastbaar tijdperk ook effect zelf zal bewonen.

Deze wijziging kan ook een hevige impact hebben voor de kinderen wanneer de ouders nadenken over successieplanning en meer bepaald de gesplitste aankoop van een onroerend goed.

Fiscale impact bij een gesplitste aankoop

De Vlaming is geboren met een baksteen in de maag, een gezegde die ons allen goed gekend is. Denk maar aan ouders die na een leven hard werken een tweede verblijf kunnen kopen of die verhuizen naar een kleiner appartement op hun oude dag. Vaak is het dat aangewezen om een gesplitste aankoop te doen met het oog op het vermijden van de successierechten.

Inderdaad, de gesplitste aankoop van een onroerend goed, waarbij de ouders het levenslang vruchtgebruik van de woning kopen en de kinderen de naakte eigendom, is reeds lange tijd een populaire vorm van successieplanning. Deze vorm van successieplanning heeft echter bepaalde fiscale gevolgen op de woonbonus voor de kinderen. Tot voor 2016 was de enige woning een basisvoorwaarde voor het verkrijgen van de woonbonus en bijgevolg kunnen volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • Kinderen hebben al recht op de woonbonus:
    De kinderen hebben nu al een eigen woning waarvan ze fiscaal genieten van de woonbonus. Ze kopen nu de blote eigendom van een onroerend goed.
    De kinderen zullen door de gesplitste aankoop hun recht op de woonbonus niet verliezen. Het criteria van enige woning wordt namelijk beoordeeld op 31/12 van het jaar waarin de lening voor het verwerven van hun onroerend goed afgesloten werd. Bovendien zouden ze in principe de verhoging gedurende de eerste 10 leningsjaren ook niet verliezen.
  • Kinderen vallen onder het systeem bouwsparen:
    De kinderen hebben nu al een eigen woning waarvan ze fiscaal genieten van het bouwsparen. Ze kopen nu de blote eigendom van een onroerend goed.In dit geval hebben de kinderen reeds een hypothecaire lening afgesloten voor het invoeren van de woonbonus in 2005. Ook in dit geval heeft de gesplitste aankoop geen impact op het fiscaal voordeel van het bouwsparen.
  • Kinderen hebben nog geen onroerend goed:
    Indien de kinderen zelf nog geen onroerend goed hebben aangekocht kan de gesplitste aankoop een fiscale domper betekenen. Eens de kinderen overgaan tot het aankopen van een onroerend goed voldoen ze niet aan de basisvoorwaarde van eigen woning en hebben ze met andere woorden geen recht op de woonbonus en kunnen ze enkel genieten van het minder gunstige langetermijnsparen. Dit probleem zal zich niet langer voordoen vanaf 2016.

Door het verruimen van het toepassingsgebied van de woonbonus vanaf 2016 zullen kinderen die reeds eigenaar zijn van de naakte eigendom, naar aanleiding van successieplanning door de ouders, en ook hun eigen woning willen aanschaffen toch recht hebben op de woonbonus, want de enige woning is niet langer een basisvoorwaarde. Echter zullen ze geen recht hebben op de verhoging gedurende de eerste 10 leningsjaren.

Conclusie

Door het verruimen van het toepassingsgebied van de woonbonus wordt deels tegemoet gekomen aan een belangrijk nadeel voor kinderen die nog geen onroerend goed bezitten maar wel reeds de naakte eigendom bezitten naar aanleiding van een gesplitste aankoop.

Met andere woorden is het vanaf 2016 fiscaal gunstiger voor ouders om een gesplitste aankoop te realiseren wanneer de kinderen zelf nog geen onroerend goed bezitten.