De essentie van het nieuwe vennootschapsrecht

4 basisvennootschapsvormen

Onder het motto ‘less is more’ wordt sterk gesnoeid in het aantal vennootschapsvormen. Het ingewikkeld kluwen van 17 mogelijke vennootschapsvormen wordt ontrafeld en gereduceerd tot 4 basisvormen:

  • de Maatschap met daarbij het onderscheid tussen enerzijds de Maatschap zonder rechtspersoonlijkheid en anderzijds de Maatschap met rechtspersoonlijkheid (VOF/Comm. V.);
  • de Coöperatieve Vennootschap (CV);
  • de Besloten Vennootschap (BV);
  • de Naamloze Vennootschap (NV).

De BV (de vroegere BVBA) wordt dé basisvennootschap van de toekomst. De NV zal voornamelijk voorbehouden worden voor de genoteerde en grote vennootschappen. De rechtspersonen waarvan de rechtsvorm wordt opgeheven, krijgen 10 jaar de tijd om zich om te vormen.

Flexibiliteit en maatwerk vormen de rode draad in het nieuwe vennootschapsrecht. Waar in het huidige vennootschapsrecht nog dikwijls dwingende regels bestaan omtrent onder meer een aandelenoverdracht, het ontslag van bestuurders en de manier waarop het bestuur dient te worden georganiseerd, zal dit in de toekomst meer op maat kunnen worden uitgewerkt in de statuten van de vennootschap. De ondernemer krijgt m.a.w. meer vrijheid om zijn onderneming zelf “in te richten”.

 

Afschaffing minimumkapitaal bij BV

Het minimumkapitaal bij een BVBA van 18.550 euro, waarbij bij oprichting minstens 6.200 euro moet volstort zijn, wordt afgeschaft voor de BV, waardoor de ondernemer dus in principe een BV zal kunnen oprichten zonder kapitaal.

Er dient hierbij wel de kanttekening gemaakt te worden dat er nog steeds een financieel plan moet opgemaakt worden voor de eerste twee boekjaren. Als de ondernemer dan in de eerste twee jaren failliet zou gaan of verklaard worden, zal hij toch nog persoonlijk aansprakelijk gesteld worden als blijkt dat hij niet de voldoende financiële middelen heeft ingebracht bij de oprichting van de vennootschap om de vennootschap levensvatbaar te maken.

De vraag kan worden gesteld of de afschaffing van het minimumkapitaal in de praktijk voor veel verandering zal zorgen. Zo denken wij bijvoorbeeld aan mogelijke moeilijkheden die ondernemingen zullen ondervinden bij hun zoektocht naar een bankfinanciering, indien zij niet over een voldoende (start)vermogen zullen beschikken.

 

Eénhoofdigheid wordt het principe

Vandaag leidt éénhoofdigheid tot de ontbinding van een vennootschap of, in het geval van een NV, tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de enige vennoot. Voortaan zullen de BV en de NV echter eenhoofdig kunnen worden opgericht en blijven voortbestaan. Deze regel geldt evenwel niet voor de maatschap, de VOF en de Comm. V., waarvoor nog steeds minimum 2 oprichters/vennoten vereist zullen zijn. Voor de CV blijft het minimum van 3 oprichters/vennoten behouden.

 

Inwerkingtreding

De precieze datum van inwerkintreding van het nieuwe vennootschapswetboek is nog niet gekend maar indien alles volgens schema verloopt, zou het in het najaar van 2018 in werking moeten treden.

Vanaf de inwerkingtreding zullen nieuwe vennootschappen volledig in overeenstemming moeten zijn met alle regels van het nieuwe wetboek. Een BVBA zal dus niet meer kunnen worden opgericht, enkel een BV volgens het nieuwe regime. Voor bestaande vennootschappen wordt het nieuwe wetboek pas van toepassing vanaf 1 januari 2020. Dit betekent niet dat ook de statuten onmiddellijk moeten worden aangepast. Er wordt een termijn van 10 jaar voorzien om de statuten aan te passen aan de bepalingen van het nieuwe wetboek. Deze aanpassing dient evenwel te gebeuren bij de eerstvolgende statutenwijziging, wat ook de reden daarvoor mag zijn.