Wat is nieuw in 2020?

Wij informeerden u reeds in eerdere nieuwsberichten over het zomerakkoord die zijn invloed reeds uitoefende sinds 1 januari 2019. Ook het jaar 2020 heeft heel wat voor u in petto. Wij vestigen uw aandacht op de belangrijkste zaken:

Vennootschap:

*Verdere tariefdaling vennootschapsbelasting
*Wijziging afschrijvingen op investeringen vanaf 1/1/2020
*Investeringsaftrek verlaagt
*Mobilisatie oude vrijgestelde reserves
*Fiscale aftrekbaarheid van autokosten en valse hybrides
*Verdwijnen van 120%-aftrek
*Interesten op de credit rekening-courant
*Niet-aftrekbaarheid van geldboetes
*Tijdelijke maatregel belastingvrije reserves
*Verhoging forfaitaire minimumwinst
*Verliezen buitenlandse inrichtingen

Personenbelasting:

*Afschaffing woonbonus
*Vrijstellingsbedrag roerende voorheffing op dividenden
*Aftrekbaarheid autokosten en valse hybrides
*Belastingvoordeel voor dienstencheques daalt
* Verdwijnen van 120%-aftrek

Vennootschap

Verdere tariefdaling vennootschapsbelasting

Voor aanslagjaar 2021 (met boekjaar vanaf 1/1/2020) verlaagt het tarief van 29,58% naar 25%.
Het verlaagd tarief vermindert van 20,40% naar 20%.

Wijziging afschrijvingen op investeringen vanaf 1/1/2020 (ongeacht het aanslagjaar)

Tot en met 2019 kon u in december nog investeringen doen en de afschrijvingen erop een volledig jaar in kosten nemen. Of u kon de investeringen degressief afschrijvingen, waardoor de afschrijvingskost dubbel zo snel een invloed had op het resultaat.

Deze manieren van afschrijven worden afgeschaft voor investeringen, aangeschaft vanaf 1/1/2020. Bovendien is het verplicht af te schrijven in verhouding tot het aantal dagen dat u de investering al in bezit heeft (pro-rata temporis).

Bijkomende kosten dienen ineens in kosten genomen te worden ofwel samen met het actiefbestanddeel (en op basis van dezelfde duurtijd) afgeschreven te worden.

Investeringsaftrek verlaagt

Voor investeringen die u doet vanaf 1/1/2020 kunt u nog genieten van een investeringsaftrek van 8%, waar deze in jaar 2019 nog 20% bedroeg.

Tijdelijke maatregel belastingvrije reserves

Definitief vrijgestelde reserves (vb. investeringsreserve) of vrijgestelde reserves uit kosten die 120% aftrekbaar zijn, verbonden aan een belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 januari 2017, kunt u in 2020 of 2021 vrijwillig  laten belasten tegen slechts 15%.

Investeert u de opnemingen uit deze reserves  tijdens het boekjaar van de omzetting in afschrijfbare materiële vaste activa (andere dan personenwagens, wagens voor dubbel gebruik en lichte vracht), die niet als herbelegging kwalificeren voor gespreide taxatie van meerwaarden, dan verlaagt het tarief tot 10%.

Wij merken hierbij op dat de belasting op de belastingvrije reserves steeds een minimum belastbare grondslag zal zijn en dat niet alle belastingvrije reserves in aanmerking  komen voor de gunstmaatregel.

Fiscale aftrekbaarheid van autokosten en valste hybrides

Voor aanslagjaar 2021 (met boekjaar vanaf 1/1/2020) zal de aftrekbaarheid van autokosten (ook de brandstofkost) afhankelijk zijn van volgende formule:

Aftrekpercentage = 120% – (0,5% x CO² x coëfficiënt)

Waarbij ‘coëfficiënt’ =
1 voor voertuigen met een dieselmotor
0,90 voor voertuigen met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen lager dan 12 fiscale PK
0,95 voor alle andere voertuigen (benzine, lpg, biobrandstof, …)

Het percentage ligt steeds tussen 50% en 100%. De 120% aftrek voor de elektrische wagen verdwijnt bijgevolg.

Fake hybride wagens, aangekocht of besteld vóór 1/1/2018, waarvan de energiecapaciteit van de batterij minder bedraagt dan 0,5 kilowatt uur per 100 kilogram van het autogewicht OF waarvan de hybride CO²-uitstoot meer dan 50 gram per kilometer bedraagt, worden fiscaal ontmoedigd. Voor deze wagens is het in aanmerking te nemen CO²-uitstootgehalte gelijk aan dit van een overeenstemmend model dat uitsluitend voorzien is van een brandstofmotor. Bestaat er geen overeenstemmend model, dan wordt de CO²-uitstoot van de hybride wagen vermenigvuldigd met 2,5.

Verdwijnen van 120%-aftrek

Voor een aantal kosten en investeringen bestaat een fiscale gunstmaatregel die u toelaat de kosten voor 120% af te trekken. Voor vennootschappen worden deze afgeschaft vanaf aanslagjaar 2021 (met boekjaar  vanaf 1/1/2020):

  • Kosten van elektrische wagens
  • Kosten collectief vervoer voor woon-werkverkeer
  • Kosten beveiliging
  • Kosten bedrijfsfietsen

Interesten op de credit rekening-courant

Voor schulden van de vennootschap aan een bedrijfsleider of aandeelhouder wordt een rekening-courant opgebouwd. De intresten, die hierop toegekend worden aan de bedrijfsleider / aandeelhouder (natuurlijk persoon), zijn echtgenote of niet- ontvoogde minderjarige kinderen kunnen geherkwalificeerd worden in dividenden als één van volgende grenzen overschreden wordt:

  • De intresten zijn hoger dan de marktrente
  • Het bedrag van de geldlening  is hoger dan de belaste reserves bij het begin van het boekjaar + het gestort kapitaal aan het einde van het boekjaar

Vanaf 2020 krijgen de begrippen ‘marktrente’ en ‘geldlening’ een duidelijke definitie:

De rentevoet wordt bepaald door 2,5% op te tellen bij de MFI-rente voor variabele leningen kleiner dan 1 miljoen euro met een duurtijd tot 1 jaar aan niet financiële instellingen van de maand november van het vorig jaar. Voor 2020 bedraagt deze 4,06%.

Vanaf 2020 is elke ‘vordering’ op een vennootschap van haar aandeelhouders, zaakvoerders of bestuurders en hun gezinsleden een voorschot/geldlening. Ook een uitstel van betaling komt bijgevolg in aanmerking voor herkwalificatie.

Niet-aftrekbaarheid van geldboetes

De niet-aftrekbaarheid van geldboeten wordt uitgebreid. Proportionele btw-boetes, verhogingen op onroerende voorheffing, verhogingen voor sociale bijdragen, boetes wegens laattijdige neerlegging van de jaarrekening, de aanslag voor geheime commissielonen en GAS-boetes zijn niet langer aftrekbaar als kost.

Verhoging forfaitaire minimumwinst

Voor vennootschappen die de belastingaangifte niet of laattijdig indienen, stijgt de forfaitaire minimumwinst van 34.000,00 EUR naar 40.000,00 EUR.

Bij een herhaalde niet- of laattijdige aangifte kan dit minimumbedrag verhoogd worden van 25% tot maximum 200%.

Verliezen buitenlandse inrichtingen

Verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen, waarvan de winst bij verdrag wordt vrijgesteld in België, zullen voortaan enken nog in België aftrekbaar zijn voor zover die definitief zijn en gelegen zijn binnen de EER. We spreken van ‘definitief’ wanneer de buitenlandse vaste inrichting bijvoorbeeld gesloten wordt en de verliezen daar bijgevolg niet meer gecompenseerd kunnen worden.

Personenbelasting

Afschaffing woonbonus

De maatregel in personenbelasting die wellicht het meest de media heeft gehaald is de afschaffing van de Vlaamse woonbonus. Leningen, waarbij de akte wordt ondertekend vanaf 2020 kunnen niet meer genieten van deze fiscale maatregel. Wel zullen de registratierechten op die woning verlaagd worden van 7% naar 6%.
Specifieke gevallen:

  • Herfinanciering: Leningen die reeds recht gaven op de Vlaamse woonbonus, behouden hun voordeel. Ook wanneer het huidige krediet geherfinancierd wordt.
    Het bijkomend geleende deel (bovenop het saldo van de bestaande lening) wordt beschouwd als een nieuwe lening en zal niet meer in aanmerking komen voor woonbonus.
  • Herfinanciering met loopduurverlenging: Wie na 31/12/2019 de looptijd van zijn krediet verlengt, om zo langer van de woonbonus te kunnen genieten, krijgt geen Vlaams fiscaal voordeel meer voor die bijkomende jaren. De resterende looptijd wordt op 31/12/2019 vastgepind.
  • Wederopname: Wordt een gedeelte van het hypothecair krediet opnieuw opgenomen, dan wordt dit beschouwd als een nieuw krediet en kan er geen sprake zijn van Vlaamse woonbonus op de nieuwe lening.
  • Pandwissel: Wanneer u onder bepaalde voorwaarden uw woning verkoopt en een nieuwe hebt gekocht en u verschuift de bestaande hypotheek naar de nieuwe woning, dan blijven de bestaande fiscale voorwaarden in de toekomst ook gelden.

Vrijstellingsbedrag roerende voorheffing op dividenden

Dividenden uitgekeerd in 2020 zullen per belastingbetaler tot 812,00 euro van roerende voorheffing worden vrijgesteld. De afgetrokken roerende voorheffing (30%) kan via de aangifte personenbelasting in 2021 teruggevorderd worden.

Aftrekbaarheid autokosten

In de personenbelasting wordt een onderscheid gemaakt tussen personenwagens die aangeschaft zijn vóór en na 1/1/2018:

  • Wagens aangeschaft vanaf 1/1/2018: de aftrekbaarheid volgt de regels van de vennootschapsbelasting (op basis van de formule: 120% – (0,5% x CO² x coëfficiënt))
  • Wagens aangeschaft vóór 1/1/2018: de aftrekbaarheid wordt bepaald op basis van de Co²-uitstoot maar met een minimum van 75%.

120% aftrek voor elektrische wagens verdwijnt eveneens bij eenmanszaken en fake hybride wagens aangekocht, geleased of gehuurd sinds 1/1/2018 verliezen hun fiscaal gunstig statuut.

Belastingvoordeel voor dienstencheques daalt

Het belastingvoordeel voor dienstencheques daalt van 30% naar 20%

Verdwijnen van 120%-aftrek

Voor een aantal kosten en investeringen bestaat een fiscale gunstmaatregel die u toelaat de kosten voor 120% af te trekken. Voor eenmanszaken worden deze afgeschaft vanaf aanslagjaar 2021 (met boekjaar  vanaf 1/1/2020):

  • Kosten van elektrische wagens
  • Kosten collectief vervoer voor woon-werkverkeer

Voor de kosten van bedrijfsfietsen en kosten voor beveiliging blijft de aftrek in personenbelasting wel bestaan.