DBI-bevek: voordelige belegging?

Indien u de cashoverschotten van uw vennootschap wenst te beleggen bij de bank, dan wordt mogelijks een belegging in een DBI-bevek voorgesteld. Wat houdt deze DBI-belegging nu werkelijk in en zijn hier eventuele nadelen aan verbonden?

 

Wat maakt deze belegging zo interessant?

Opbrengsten uit beleggingen, die u via uw vennootschap doet, worden in de meeste gevallen onderworpen aan vennootschapsbelastingen. Onder de hieronder bepaalde voorwaarden kunnen dividenden op aandelen, ontvangen via de vennootschap, vrijgesteld worden van belastingen via een DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten):

  • de aandelen vertegenwoordigen minstens 10% van het kapitaal van de uitgevende vennootschap of ze hebben een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen euro;
  • de aandelen worden ten minste één jaar aangehouden;
  • het gaat om aandelen van een Belgische vennootschap ofwel van een buitenlandse vennootschap, onderworpen aan een belastingtarief die niet aanzienlijk gunstiger is dan het Belgische tarief.

De eerste voorwaarde (10% participatie of 2,5 miljoen euro aanschaffingswaarde) is zeer moeilijk waar te maken wanneer u belegt in individuele aandelen. Beleggen in een DBI-bevek kan hier een oplossing bieden. Indien belegd wordt in een dergelijke DBI-bevek, dan moet de participatievoorwaarde niet voldaan worden.

 

Opgelet voor…

Indien u van plan bent in te gaan op deze belegging, dan dient u twee zaken in het achterhoofd te houden:

Kleine vennootschappen (kmo’s) kunnen enkel van het verlaagd tarief genieten wanneer zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén van deze voorwaarden bestaat erin dat de vennootschap geen beleggingswaarde in aandelen mag bezitten die meer bedraagt dan 50% van haar fiscaal kapitaal, belaste reserves en herwaarderingsmeerwaarden. Participaties van ten minste 75% worden buiten beschouwing gelaten voor deze berekening. Geniet u het verlaagde tarief vennootschapsbelastingen, dan is het bijgevolg aan te raden, deze berekening te maken vooraleer u het bedrag van de belegging bepaalt.

Een tweede opmerking bij de DBI-bevek is dat de notionele intrestaftrek lager zal uitvallen, omdat de waarde van deze belegging in mindering dient gebracht te worden van de berekeningsbasis van deze aftrek. Al kan dit gerelativeerd worden, aangezien deze aftrek vandaag nog beperkt wordt toegepast. De meeste vennootschappen verkiezen de investeringsaftrek (die niet cumuleerbaar is met de notionele intrestaftrek) doordat de notionele intrestaftrek de laatste jaren quasi verwaarloosbaar is geworden. Toch raden wij aan dit voor uw individuele situatie zeker te bekijken vooraleer u belegt in een DBI-bevek.

Contacteer ons voor meer informatie!